Het deurtje van de maan
− Kijk eens wat er op de trui van je broer staat.
− Een raket!
− Inderdaad.
− Daarmee kunnen wij naar de maan vliegen, naar mijn zusjes.
− Wat een goed idee lieve schat.
− En dan doen we het deurtje van de maan open, zodat we naar binnen kunnen gaan, en dan kan ik met hen spelen.
