verhaal van Christine

Mei 2006. We konden het niet geloven want we waren zwanger van een echte liefdesbaby. Ons eerste kindje, we zouden nu echt een gezinnetje worden.

Alles voelde heerlijk spannend en ondanks het feit dat ik zelf als vroedvrouw werkte, was alles heel nieuw voor ons. Toch maakte ik me veel zorgen. Volgens velen juist omdat ik in het vak stond en al te veel gezien had. Toen we na 20 weken zwangerschap naar het ziekenhuis gingen voor een uitgebreide echo kregen we slecht nieuws.

Onze jongen zou een schisis hebben en er volgde een punctie. Het waren bange dagen vol angst, onzekerheid en vragen over de toekomst. De resultaten van de punctie waren geruststellend maar toch bleef de onzekerheid knagen…

Wat als de schisis maar het puntje van de ijsberg was? Ik kreeg dromen over een slechte afloop. De volgende weken bleef slecht nieuws zich opstapelen. Berre* groeide niet meer goed, er was te veel vruchtwater en de schisis was ernstiger dan eerst gedacht.

Op 38 weken was de onzekerheid voor ons ondraaglijk geworden en mede door de groeiachterstand werd beslist om de bevalling in te leiden. De arbeid ging moeilijk, alsof onze zoon leek aan te geven dat het nog geen tijd was. Het moment van de geboorte was enorm emotioneel en ondanks onze vele zorgen rond zijn mondje was het eerste wat ik zei als mama “Het is een mooi mondje.” Ik was vervuld van liefde voor deze kleine vechter die zijn plekje in ons huis wilde veroveren.

Hij werd meteen meegenomen naar de afdeling Intensieve zorgen neonatologie en we bleven verweesd achter op de verloskamer. Wat zijn ze aan het doen met onze kleine jongen? Hoe klinken zijn eerste scheeuwtjes? Is alles verder ok?

Ik stuurde mijn man op pad om meteen te gaan kijken naar onze kleine beer. Hij trof in de grote zaal een open bedje aan waarrond veel verpleegkundigen en artsen in de weer waren. Zou het onze jongen zijn? Al snel kreeg hij te horen dat Berre* het moeilijk had. Er waren vermoedens over één of ander syndroom.  

Toen mijn man terug op onze kamer kwam, sloeg dat nieuws in als een bom…. nog meer onzekerheid, veel vragen maar geen antwoorden. Maar deze keer met tonnen liefde die alles zou oplossen. Het stond vast. We zouden meevechten!

De volgende weken waren een emotionele rollercoaster met veel slecht nieuwsgesprekken. Berre* spartelde door enkele reanimaties. Periodes van knuffelen en waken wisselden elkaar af. We zagen in die periode op de afdeling neonatologie veel kindjes komen maar ook veel kindjes vertrekken. Naar huis, naar hun nestje, waar ze thuis hoorden. Onze bink groeide op tussen de verpleegkundigen die een stukje familie werden. Onze eigen familie en vrienden kwamen op bezoek en zagen hoe we probeerden om overeind te blijven.

Na twee maanden werd de situatie stilaan uitzichtloos. Hij werd niet beter en de artsen konden ons niet vertellen wat er aan de hand was. Er werd gesproken over afscheid nemen en hoe we dit wilden doen. Toen we op een avond naar huis gingen om te eten, werden we gebeld. De artsen van Berre* vertelden dat hij op heel korte tijd enorm achteruit was gegaan. Hij moest geïntubeerd worden. We  snelden opnieuw naar het ziekenhuis en vonden ons kindje al slapend aan de machines. Hij leek zoveel rustiger en comfortabel. Hij leek voor het eerst op een echte tevreden, slapende baby.

Nog twee weken lang hielden we hem urenlang op onze schoot, genoten we van het knuffelen en van ouders te zijn. Maar op een ochtend stond de behandelende arts aan zijn bedje. Het werd stilaan tijd om hem te laten gaan. Het werd een lange dag van afscheid nemen. Onze ouders kwamen langs en ook de meters en peter kwamen een laatste kusje geven. En dan… op 25 april 2007 om 21.00u stierf Berre* in onze armen. Zacht, vredig en in de best mogelijke omstandigheden.

De volgende dagen gingen in een roes aan ons voorbij. Alles regelen, iedereen troosten en samen sterk blijven. Ik weet nog steeds niet hoe we het deden, maar we deden het.

Na de afscheidsviering voelde ik me verschrikkelijk leeg. Zoveel liefde om te geven en geen kind meer op schoot om te wiegen en te koesteren. Hoe gingen we dit overleven? Als mens, vrouw, mama en koppel? Opnieuw weer veel vragen zonder antwoorden.

De maanden volgend op het verlies van Berre* bleven we overeind. De wereld draaide door, maar zonder ons. We stonden fysiek wel op de wereldbol maar hadden het moeilijk om mee te draaien. Het leek alsof het verdriet geen einde kende.

Als vroedvrouw opnieuw aan het werk gaan was voor mij op dat moment onmogelijk. Ik had teveel verdriet. Maar ik wilde wel iets betekenen voor al die andere ouders die hetzelfde moeten meemaken.

Tijdens onze tweede zwangerschap kregen we een idee. We wilden herinneringsdozen maken voor andere ouders die in dezelfde situatie terecht kwamen. Ik zocht enkele collega’s op in het ziekenhuis en de eerste werkgroep rond de herinneringsdozen werd geboren. We maakten de eerste versie, naaiden enkele hemdjes en dekentjes en bij de geboorte van onze tweede zoon werd ook het Berrefonds geboren.

Geen geboortelijst of cadeautjes voor ons maar gewoon een wolk van een baby die we mee naar huis mochten nemen. We vroegen geld aan onze familie en vrienden om zo de eerste 20 dozen te produceren.  

En kijk ons nu…meer dan 1.200 ouderparen die we jaarlijks ondersteunen, een prachtige werklocatie en een fantastisch team dat elke dag werkt aan betere opvang.

Nu, 11 jaar later, ken ik enkele antwoorden op de vragen van toen.

Nee, verdriet kent geen einde maar is een levenslang proces. Maar gelukkig wordt het verdriet draaglijk en is het opnieuw mogelijk om mooie dingen rondom ons te zien. We  kunnen genieten van Berre’s* twee broertjes en zusje en we draaien weer mee in de molen van het leven. Maar die bijzondere zoon heeft voor altijd een speciaal plekje in ons hart. Berre*, onze beer.

Dankjewel aan onze lieve ouders, familie en vrienden voor de ongelooflijke steun en om blijvend naar ons verhaal te willen luisteren. Zonder oordeel, zonder zuchten, maar gewoon met veel liefde en warmte.

Christine

terug