Ga naar de inhoud

Voor veel ouders betekent ouderschapsverlof zorg kunnen dragen voor élk kind in hun gezin. Maar de huidige wetgeving bepaalt dat je je ouderschapsverlof verliest als je kind* overlijdt. Iets wat natuurlijk op heel wat onbegrip stuit bij vele ouders …
Omdat ook wij dit niet begrijpen, vroegen we wat meer uitleg aan de bevoegde instanties.

Ouderschapsverlof is een heel specifiek verlof dat wordt toegekend om tijd te kunnen doorbrengen en zorg te kunnen dragen voor één specifiek kind. Het wordt gezien als een opvoedingsondersteunende maatregel, waarbij de overheid ouders faciliteert om het meest kostbare aan een kind te kunnen geven, namelijk tijd. De wetgever legt daarbij heel strikte beperkingen op wat betreft de leeftijd van het kind, de anciënniteit en het beroepsstatuut van de ouder, het akkoord van de werkgever, …

In dat kader begrijpen wij de visie van de overheid om het recht op ouderschapsverlof ook echt te koppelen aan een specifiek kind. Dat is ook de reden waarom je bij het aanvragen van het verlof moet opgeven voor welk kind je dit opneemt. Die koppeling aan een specifiek kind heeft jammer genoeg ook als gevolg dat het overlijden van een kind ook meteen een einde stelt aan het recht op ouderschapsverlof.

Dat neemt niet weg dat wij absoluut begrijpen dat ouders die een kind verloren hebben, nood hebben aan ruimte, tijd en begrip om te rouwen. We hopen daarom heel hard mee met jullie dat er toch wat beweging of verandering kan komen rond deze wetgeving.

Omdat het verlies van een kind(je) een zeer ingrijpende gebeurtenis is, blijven veel ouders na het overlijden enige tijd thuis. Iedereen is hierin uniek en gaat op een ander tijdstip opnieuw aan het werk. Er is dus geen te kort of te lang. Het is vooral een zoeken naar wat jij nodig hebt.

Na verlies van een baby

Bij het verlies van een baby heb je als ouder, in bepaalde gevallen, recht op moederschapsrust of vaderschapsverlof en rouwverlof. Voor ouders die extra tijd nodig hebben of hier geen beroep op kunnen doen omwille van de zwangerschapstermijn, is er meestal de mogelijkheid om ziekteverlof op te nemen. Dit wordt vaak in korte periodes voorgeschreven omdat je arts, meestal de huisarts, je toestand nauw wil opvolgen. Meer info kan je vinden bij de desbetreffende verlofstelsels.

Na verlies van een opgroeiend kind

Bij het verlies van een opgroeiend kind hebben ouders enkel recht op tien dagen rouwverlof. Dit in de veronderstelling dat het kind(je) gestorven is buiten de moederschapsrust. De eerste 3 dagen moet de ouder verplicht opnemen in de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt de dag van de begrafenis. De overige 7 dagen mag de ouder vrij opnemen binnen het jaar na het overlijden. Zo bestaat de mogelijkheid om deze dagen op te nemen wanneer het extra moeilijk gaat. Denk bijvoorbeeld aan een verjaardag, uitgerekende datum of de eindejaarsperiode.

Veel ouders kampen met een schuldgevoel dat ze na het rouwverlof steeds moeten ‘bedelen’ om extra dagen, die ze ongelofelijk hard nodig hebben. Soms loopt dit goed en soms niet. Ook voor werkgevers is dit vaak niet eenvoudig omdat ze je bij zo’n wekelijkse verlening moeilijk kunnen vervangen. Dit alles legt dus vaak veel druk op ouders en is een belangrijke bron van extra stress.

Wij zijn er als Berrefonds van overtuigd dat je als ouder ruimte moet krijgen om zelf aan te voelen wat je nodig hebt – er zijn zeker ook ouders die liefst heel snel weer aan de slag gaan omdat het hen net helpt om weer in een zo normaal mogelijk leven te stappen. Daarom vinden wij als organisatie het zeer beperkte rouwverlof in België een groot probleem.

Op die manier is ziekteverlof, zelfs in een formule van week per week, voor veel ouders de enige, stresserende uitweg. Meestal kiezen ouders daarna voor een formule van progressieve tewerkstelling.

Bij het overlijden van een kind heeft elke ouder recht op 10 dagen rouwverlof. De eerste 3 dagen moet de ouder verplicht opnemen in de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt de dag van de begrafenis. De overige 7 dagen mag de ouder vrij opnemen binnen het jaar na het overlijden. Zo bestaat de mogelijkheid om deze dagen op te nemen wanneer het extra moeilijk gaat. Denk bijvoorbeeld aan een verjaardag, uitgerekende datum of de eindejaarsperiode.

Let wel! Dit recht tot rouwverlof geldt NIET voor ouders die een baby verloren zijn onder de 180 dagen zwangerschap na conceptie. Omdat een baby van <180d geen rechten of plichten kent, is dit stelsel jammer genoeg nog niet voor deze ouders van toepassing. Het Berrefonds ijvert uiteraard voor het verlagen of afschaffen van deze grens!

Weet je niet zeker of je genoeg zwangerschapsdagen hebt? Neem dan zeker eens een kijkje op de pagina waar we heel de berekening uitleggen.

Je hebt helaas pas recht op moederschapsrust na 180 dagen zwangerschap (27w5d). Als je je kind(je) daarvoor verliest, val je terug op ziekteverlof. Dit zal voor de eerste dagen of weken voorgeschreven worden door je gynaecoloog. Daarna kan je huisarts je verder thuis schrijven om te rusten en te rouwen. Er is één uitzondering, als je voor een zwangerschapsduur van 180 dagen bevalt van een levend geboren kind, zelfs al is dat slechts enkele minuten, geeft dat je ook recht op moederschapsrust.

Moederschapsrust is steeds opgebouwd uit 15 weken

  • Prenataal verlof (of zwangerschapsverlof): max. zes weken, waarvan één week verplicht voor de bevalling, die je verliest als je vroeger dan verwacht bevalt.
  • Postnataal verlof (of bevallingsverlof): negen verplichte weken na de geboorte.
  • Bij een meerling gaat het om max. zeven weken prenataal verlof.

Opname van het kindje in het ziekenhuis

Moet de baby meteen na de geboorte meer dan zeven dagen in het ziekenhuis blijven, kan de bevallingsrust verlengd worden met een duur gelijk aan het aantal opnamedagen. Deze verlenging kan tot max. 24 weken. Moet je baby bijvoorbeeld 21 dagen na de geboorte in het ziekenhuis blijven dan wordt je moederschapsrust verlengd met 14 dagen. Deze regel is ook geldig als je kindje tijdens de ziekenhuisopname overlijdt.

De bescherming tegen ontslag blijft lopen tot één maand na je volledige postnatale rust.

Moederschaprust aanvragen

  • Met het formulier ‘Getuigschrift van arbeidsongeschiktheid’ van het ziekenfonds. Bij sommige ziekenfondsen staat dit formulier op hun website.
  • Of met het attest ‘Aanvraag tot moederschapsrust’  uit het zwangerschapsboekje.

Laat het formulier of het attest invullen door de arts of vroedvrouw. Stuur het uiterlijk twee dagen na het begin van je moederschapsrust naar je mutualiteit.

Begin je terug te werken? Vergeet dan zeker het bewijs van werkhervatting niet aan je mutualiteit te bezorgen. En weet dat er mogelijkheden zijn voor progressieve tewerkstelling.

Vaders of meeouders hebben bij de geboorte van een kind recht op 20 werkdagen geboorteverlof. Het aantal dagen geboorteverlof blijft hetzelfde bij een meerling. Ook bij de geboorte van een stilgeboren baby heeft een vader of meeouder het recht om dit geboorteverlof op te nemen.

Dit verlof moet opgenomen worden binnen de vier maanden na de bevalling. Je kan de 20 dagen in één keer opnemen of spreiden. Jammer genoeg geldt ook hier de regel dat je alleen recht hebt op geboorteverlof na een zwangerschap van minimaal 180 dagen na conceptie. Anders val je terug op ziekteverlof.

Wie gebruik maakt van het geboorteverlof, behoudt gedurende de eerste drie dagen zijn loon. De volgende 17 dagen worden betaald door het ziekenfonds. Voor statutaire ambtenaren geldt een andere regeling: zij krijgen slechts vier dagen geboorteverlof.

Ook als zelfstandige kan je tijdelijk je beroepsactiviteit onderbreken na de geboorte van je kindje. Je hebt recht op 20 dagen en tijdens die periode krijg je een uitkering van je socialeverzekeringsfonds.

Wil je, na een periode van ziekteverlof, opnieuw aan het werk maar ben je bang dat het misschien nog niet zal lukken? Bij dit soort twijfels is de formule van progressieve tewerkstelling vaak een goede tussenoplossing. Het is doorgaans een betere keuze dan je werkregime te verlagen. In deze formule kan je je arbeidstijd geleidelijk aan opbouwen. Je gaat een aantal uren of dagen werken voor een loon, terwijl je voor de niet-gewerkte uren of dagen een uitkering ontvangt. Het is je (huis)arts die deze formule moet aanvragen bij de mutualiteit. Hou er rekening mee dat een extra bezoek aan de controlearts standaard is.

Je kan een gedeeltelijke werkhervatting aanvragen voor:

  • je vroegere beroepsactiviteit
  • een zelfstandige activiteit in bijberoep
  • een andere job, bijvoorbeeld in een ander bedrijf.

De toestemming van je mutualiteit voor dit regime van progressieve werkhervatting is na positief advies van de controlearts maximaal twee jaar geldig. Je kan binnen die periode een eventuele verlenging aanvragen. Je krijgt zelf een attest waarop je werkgever elke maand je werkelijke prestaties moet aanvullen. Je werkgever moet natuurlijk ook akkoord gaan met je gedeeltelijke werkhervatting.

Je uitkering

Bij gedeeltelijke werkhervatting wordt je ziekte-uitkering opnieuw berekend. Het aantal uren dat je presteert in verhouding tot een voltijdse werknemer geeft het percentage waarmee je uitkering wordt verminderd. Er is wel een vrijstelling van 20%. Dat betekent dat als je max. 20% van een fulltime regime werkt, je uitkering gewoon behouden blijft samen met je loon. Werk je meer dan 20%, dan heeft dit wel impact op je uitkering, maar ook hier blijft die vrijstelling van 20% behouden. Concreet: werk je halftijds, dan gaat je uitkering met 30% omlaag (50% -20%).

Als je een zelfstandig bijberoep uitvoert tijdens je arbeidsongeschiktheid, verandert je uitkering niet gedurende de eerste 6 maanden. Daarna wordt je uitkering met 10 % verminderd. Vanaf het 4de jaar na het jaar van je toestemming, wordt je uitkering opnieuw berekend.

Invloed op je belastingen

Op je uitkering wordt nauwelijks of geen bedrijfsvoorheffing ingehouden. Als je zowel een uitkering als een loon ontvangt, krijg je dus een hogere belastingfactuur. Dat kan je vermijden door je belastingen volledig of deels op voorhand te betalen. Alle praktische informatie over hoe je voorafbetalingen op je belastingaangifte doet, vind je op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën.

Gedeeltelijke werkhervatting stopzetten

Wil je dit regime van progressieve tewerkstelling graag stopzetten? Dat kan, meestal in overleg met je (huis)arts. Het volstaat om een seintje te geven aan je mutualiteit.