Ga naar de inhoud

Wanneer een baby stilgeboren wordt, staan ouders voor een bevalling die, zowel medisch als emotioneel, heel intens is. Veel mensen weten niet wat hen precies te wachten staat. Daarom kan het helpend zijn om stap voor stap te begrijpen hoe zo’n bevalling meestal verloopt. Hoewel elke situatie anders is en artsen het traject aanpassen aan de medische context en de zwangerschapsduur, volgt het proces vaak een gelijkaardige lijn.

Het op gang brengen van de bevalling

Omdat het lichaam niet altijd spontaan weeën opstart na het overlijden van een baby of bij een zwangerschapsafbreking, wordt de bevalling meestal medisch ingeleid. Dat gebeurt vaak met tabletjes die vaginaal worden ingebracht. Deze medicatie helpt de baarmoederhals zachter te maken en kan soms al weeën op gang brengen. Soms zijn meerdere toedieningen nodig, met enkele uren ertussen. Indien je bevalling ingeleid wordt dan krijg je deze tabletjes vaak mee naar huis om deze zelf vaginaal in te brengen.

Wanneer de weeën nog niet voldoende krachtig zijn, kan de arts beslissen om een infuus met weeënopwekkers te geven. Dat infuus bevat medicatie die de baarmoeder stimuleert om regelmatige contracties te maken. Vanaf dat moment lijkt het verloop sterk op dat van een gewone bevalling.

De weeën en pijnstilling

De weeën kunnen mild beginnen en geleidelijk intenser worden, net zoals bij elke bevalling. Ouders krijgen dezelfde mogelijkheden voor pijnstilling als bij een levende geboorte: ademhalingstechnieken of ontspanning, warme kompressen of bad/douche (indien mogelijk), medicatie via infuus of een ruggenprik (epidurale verdoving).

Welke vorm gekozen wordt, hangt af van de medische situatie én van wat de ouder zelf wenst. Er is geen “juiste” manier. Comfort en veiligheid moeten vooral centraal staan.

De geboorte zelf

Wanneer het lichaam er klaar voor is, start de uitdrijvingsfase. De ouder perst mee met de weeën tot het kindje geboren wordt. Medisch gezien verloopt dit meestal zoals een vaginale bevalling, tenzij er een specifieke reden is om een andere methode te gebruiken. Dit kan bijvoorbeeld de hulp van een vacuüm zijn of bij problemen een keizersnede.

Wat veel ouders niet verwachten, is hoe hun baby eruitziet. Ongeacht de zwangerschapsleeftijd heeft een stilgeboren kindje herkenbare menselijke trekken. Zelfs heel kleine baby’s hebben al vingertjes, teentjes, oogleden en lipjes. Voor veel ouders is het waardevol om te weten dat hun kindje er echt uitziet als een mini-baby, en niet “vormloos” zoals soms gevreesd wordt. Wil je je graag voorbereiden op de grootte en uitzicht van je baby. Op de website watermethode kan je enkele foto’s vinden van een baby met gelijke zwangerschapsduur. 

Na de geboorte

Na de geboorte wordt ook de placenta geboren. De zorgverleners controleren of alles volledig is en volgen de ouder medisch op om bloedverlies en herstel te bewaken. Fysiek herstelt het lichaam grotendeels zoals na elke bevalling: de baarmoeder krimpt, er kan nog een tijd bloedverlies zijn en de melkproductie kan op gang komen, ook al leeft de baby niet. Daar bestaan zo nodig medicatie en begeleiding voor.

Ouders krijgen meestal de keuze of ze hun kindje willen zien, vasthouden, wassen of aankleden. Er is geen verplichting. Alles mag, niets moet. In Vlaanderen en Brussel zal je een koesterkoffertje aangeboden krijgen van het Berrefonds om herinneringen vast te leggen. Dit kan helpen om het bestaan van het kindje tastbaar te maken.

Nazorg

Een bevalling van een stilgeboren baby is niet alleen een medische gebeurtenis, maar ook een afscheid. Zorgverleners proberen daarom zoveel mogelijk rust en tijd te geven, zodat ouders hun kindje kunnen ontmoeten op hun eigen tempo. De rol van de vroedvrouw is hierin heel belangrijk. Zij biedt niet alleen medische zorg, maar ook warme ondersteuning en begeleiding, zowel tijdens de bevalling als in de periode nadien.

Afhankelijk van de zwangerschapsduur heb je recht op verschillende vormen van zorg door de vroedvrouw. Bij een bevalling onder de 180 zwangerschapsdagen heb je recht op drie terugbetaalde bezoeken van de vroedvrouw. Bij een bevalling vanaf 180 dagen heb je recht op een dagelijks bezoek tot en met dag 5 na de bevalling. Vanaf dag 6 tot 1 jaar na de bevalling heb je recht op zes beurten postnatale zorg, die eventueel nog aangevuld kunnen worden met drie extra bezoeken voor postnataal toezicht. Indien nodig kan de arts ook bijkomende zorg door de vroedvrouw voorschrijven, afgestemd op jouw situatie.

Op de website van de Vlaamse beroepsvereniging van vroedvrouwen vind je een overzicht van vroedvrouwen die aan huis komen. Daar kan je ook nagaan wie geconventioneerd is en welke vroedvrouwen ervaring of specialisatie hebben in nazorg bij verlies. Huisbezoeken van geconventioneerde vroedvrouwen worden volledig terugbetaald. Naast de lichamelijke opvolging is er ook veel aandacht voor emotionele ondersteuning, zowel in het ziekenhuis als thuis. Hiervoor kan je ook terecht bij het Berrefonds.

Belangrijk om te onthouden: hoe dit proces precies verloopt, verschilt van persoon tot persoon. Je arts of vroedvrouw zal altijd uitleg geven op maat van jouw situatie en je stap voor stap begeleiden.

Soms krijg je tijdens een zwangerschap nieuws dat alles verandert. Woorden die je nooit had willen horen. Een toekomst die plots een andere vorm krijgt. Wanneer duidelijk wordt dat je baby stil geboren zal worden of niet zal blijven leven, kom je in een onwerkelijke periode terecht. Een tijd tussen weten en afscheid nemen. Tussen hoop en verdriet. Tussen dragen en loslaten.

Hoe die tijd eruitziet, is voor elk gezin anders. Er is geen juiste manier om hiermee om te gaan. Maar sommige ouders vinden het helpend om bewust stil te staan bij wat nog wél kan. Ook al voelt het tegenstrijdig, deze periode kan een tijd zijn waarin je heel bewust herinneringen maakt. Kleine dingen, grote dingen, momenten die later van onschatbare waarde blijken.

Sommige ouders kiezen ervoor om samen buikfoto’s te maken, zodat er beelden zijn van deze bijzondere tijd samen. Anderen plannen nog een laatste uitstap, bijvoorbeeld een dagje naar zee of naar een plek die voor hen betekenisvol is. Er zijn ouders die een brief schrijven aan hun baby, die de naam bewust kiezen en uitspreken, of die iets kopen of zelf maken voor hun kindje. Een dekentje breien, een knuffeltje uitzoeken, een mutsje of kledingstukje naaien. Niet omdat het moet, maar omdat het mag. Omdat je baby er nu is. En omdat dit jullie tijd samen is. Wil je zelf iets maken? Neem dan zeker een kijkje tussen onze werkbeschrijvingen.

Voor sommige ouders brengt het ook rust om al voorzichtig vooruit te kijken naar het afscheid. Door te lezen over wat hen kan ondersteunen na de geboorte, zoals de Koesterkoffer. Door na te denken over hoe ze hun baby willen verwelkomen. Wie erbij mag zijn. Of ze foto’s willen laten maken. Of ze hand- en voetafdrukjes willen nemen. Misschien kiezen ze al kleine kleertjes of een zacht dekentje uit. Voor sommigen voelt dat helpend, voor anderen is het nog te vroeg. Beide zijn begrijpelijk.

Een stilgeboorte voorbereiden klinkt bijna onmenselijk, alsof je iets onvoorstelbaars moet plannen. Maar wat je eigenlijk doet, is ruimte maken voor liefde. Voor je baby. Voor jezelf. Voor elkaar. Wat jullie nu samen beleven, hoe kort ook, is deel van jullie verhaal als gezin. Dat verhaal mag vorm krijgen op een manier die bij jullie past.

In deze periode kan het helpend zijn om je te laten begeleiden door je vroedvrouw of arts, door mensen in je omgeving of door organisaties die ervaring hebben met dit soort verlies. Het Berrefonds wil er zijn voor jullie. Niet om keuzes te maken in jullie plaats, maar om mee te denken, mee te dragen en te ondersteunen waar nodig.

Je draagt je baby.
Je houdt van je baby.
En wat je nu doet, hoe klein het ook lijkt, is een uitdrukking van die liefde.

Bij je huwelijk kan je een trouwboekje krijgen. In dit boekje worden de gegevens van de gehuwden vermeld, en is er ook plaats voor belangrijke momenten in jullie gezin, zoals kinderen, getuigen, kerkelijke plechtigheden en gegevens over geboorte en overlijden.

Veel ouders kiezen ervoor om ook hun stilgeboren baby of overleden kindje hierin een plaats te geven. Je mag deze zelf toevoegen, als een blijvende erkenning dat je kindje deel uitmaakt van jullie gezin.

Het is goed om te weten dat het trouwboekje geen juridische waarde heeft en niet verplicht is. Voor veel ouders heeft het vooral een symbolische betekenis, als een tastbare manier om hun kindje te blijven benoemen en herinneren.

Wanneer je zwanger bent, wordt de duur van de zwangerschap uitgedrukt in weken en dagen. Je hoort bijvoorbeeld: 12 weken en 3 dagen of 21 weken en 6 dagen. Dat lijkt soms verwarrend. Zeker wanneer je zelf probeert te tellen of wanneer cijfers een belangrijke rol spelen in medische beslissingen of rechten en plichten. Hieronder leggen we rustig uit hoe die telling gebeurt.

Tellen vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie

Een zwangerschap wordt medisch gezien niet geteld vanaf de dag van de bevruchting, maar vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie. Dat betekent dat de telling al start op een moment dat je nog niet zwanger bent. Waarom doet men dat zo? Omdat de exacte dag van bevruchting meestal niet met zekerheid gekend is. De eerste dag van de laatste menstruatie is voor de meeste vrouwen wel duidelijk te bepalen en biedt dus een vast startpunt.

Gemiddeld vindt de eisprong en bevruchting ongeveer 14 dagen later plaats. Daarom spreken we vaak over een verschil van ongeveer twee weken tussen de “zwangerschapsduur” en de werkelijke tijd sinds de conceptie. Als je bijvoorbeeld 10 weken zwanger bent volgens de medische telling, is de bevruchting ongeveer 8 weken geleden gebeurd. Het vervelende is dat in België de telling vanaf de conceptie gebruikt wordt in alle wetten die gaan over rechten & plichten. Dit kan dus heel veel verwarring geven. Je denk bijvoorbeeld dat je 22 weken zwanger bent maar bent volgens de wettelijke telling 20 weken zwanger.

Op onze website volgen we steeds de medische telling omdat die voor ouders het meest gekend is tenzij anders vermeld.

Weken en dagen: hoe wordt dat genoteerd?

Een zwangerschap wordt altijd uitgedrukt in volledige weken en bijkomende dagen. Men noteert dit als bijvoorbeeld: 21 weken en 6 dagen of 22 weken en 0 dagen. De dagen worden geteld van dag 0 tot dag 6. Zodra dag 6 voorbij is, start een nieuwe week.

Dat betekent dat:

  • 21 weken en 6 dagen (21w6d)
  • de volgende dag 22 weken en 0 dagen (22w0d) wordt

Er wordt dus niet afgerond. Pas wanneer de volledige week bereikt is, springt de telling naar het volgende weekcijfer. Dat kan belangrijk zijn, omdat bepaalde medische richtlijnen of wettelijke bepalingen gekoppeld zijn aan een exacte zwangerschapsduur in weken en dagen.

Waarom is die telling soms zo belangrijk?

Voor veel ouders zijn weken en dagen gewoon een manier om de groei van hun baby te volgen. Maar wanneer een zwangerschap anders loopt dan gehoopt, kunnen die cijfers plots een grotere betekenis krijgen. Ze kunnen verbonden zijn aan medische beslissingen, registraties of wettelijke bepalingen. Dat maakt het extra belangrijk dat je goed begrijpt hoe de telling gebeurt. Het kan bijvoorbeeld het verschil maken ivm de achternaam van je baby en het recht op moederschapsrust. Om deze reden is het uitstellen van een bevalling of zwangerschapsafbreking soms iets om over na te denken. Als je twijfelt over je exacte zwangerschapstermijn, kan je altijd je arts of vroedvrouw vragen hoe die berekend werd en welke datum officieel wordt aangehouden. Wij weten uiteraard dat cijfers maar een deel van het verhaal vertellen. Achter elke week en elke dag schuilt een kindje dat gedragen en geliefd wordt.

De rechten die je als ouder van een stilgeboren baby wel of niet hebt, zijn vastgelegd in de Belgische wetgeving. Als je je daarin zou verdiepen, besef dan dat er heel vaak juridische termen en ambtelijke formuleringen gebruikt worden. De wet spreekt bijvoorbeeld van een ‘levenloos kind’, dat is vaak heel kwetsend en pijnlijk voor ouders, we willen je hier dus graag even voor waarschuwen.

De Belgische wetgeving maakt een strikt onderscheid op basis van de zwangerschapsduur. Maar let op, die berekening is complex en er is ook een verschil tussen de medische en wettelijke zwangerschapsduur.

Stilgeboorte bij minder dan 27 weken en 5 dagen

Voor stilgeboren baby’s onder de 27w5d zwangerschap is er eigenlijk geen duidelijk wettelijk kader. Je baby is in dit geval geen rechtspersoon en bestaat dus volgens de wet niet. Je hebt geen recht op sociale tegemoetkomingen, m.a.w. je krijgt geen zwangerschapsverlof, kraamgeld of rouwverlof.

Je bent in dit geval niet verplicht om een begraving of crematie te regelen. Vaak kan het ziekenhuis dit voor je opnemen. Doe wel even navraag want de gewoontes zijn overal anders. Sommige ziekenhuizen hebben een regeling met de plaatselijke begraafplaats en zorgen voor een anoniem sterretje op de sterretjesweide. In andere ziekenhuizen wordt het lijkje anoniem vernietigd. Dit kan in je latere rouwbeleving heel moeilijk zijn.

Natuurlijk is dit een grijze zone. Als een foetus geen rechtspersoon is, kunnen ouders in principe hun baby mee naar huis nemen. De meeste ziekenhuizen ontwikkelden wel een ethische code en raden je af om je stilgeboren baby onder de 26 weken zelf mee naar huis te nemen. Door het gebrek aan een duidelijk wettelijk kader is het wel niet strafbaar als je dit wel zou doen, want je mag je kindje zelf vervoeren. Uiteraard kan je beroep doen op een uitvaartbegeleider, want het psychologisch effect van eigen vervoer moet je niet onderschatten.

Assen na een crematie van een baby (ongeacht zwangerschapsduur) mogen meegenomen worden naar huis, dit heet ‘thuisbewaring’. Ouders mogen de assen ook in hun tuin of op een andere private plek verstrooien (je moet steeds toelating hebben van de eigenaar!). De wet verbiedt het uitstrooien van assen op een openbare plaats. Op zee kan wel, hiervoor kan je terecht bij gespecialiseerde bedrijven. Een urne mag je zelf vrij transporteren, zelfs met het vliegtuig. Veel gemeenten hebben tegenwoordig ook een sterretjesweide om een bijzonder plekje te creëren voor overleden baby’s. In het Vlaams Gewest moet er in elke gemeente een ruimte voorzien worden om te vroeg geboren kindjes te begraven vanaf een zwangerschap van 12 weken, in het Brusselse hoofdstedelijk gewest vanaf 16 weken en in Wallonië vanaf 14 weken.

Er bestaat geen verplichting om je kindje wettelijk aan te geven en een officiële naam te geven. Als ouder mag je uiteraard zelf je kindje wel een naam geven. Sinds 31 maart 2019 hebben ouders na een zwangerschapsduur van 140 dagen tot en met 179 dagen wel de keuze om hun kindje wettelijk aan te geven. Het is ook mogelijk om een voornaam aan je kindje te geven (familienaam is niet voorzien in de wet). Bij de goedkeuring van de wet in 2019 was een overgangsperiode van één jaar voorzien voor ouders die deze aangifte wilden doen voor een stilgeboren kindje uit het verleden. Deze beperkte termijn werd onlangs opgeheven, dus het is nog steeds mogelijk om je kindje dat stilgeboren werd na een zwangerschapsduur van 140 dagen tot en met 179 dagen aan te geven en een voornaam te geven.

Omdat er voor alle stilgeboren baby’s voor de termijn van 140 dagen (wettelijke interpretatie zwangerschapsduur) geen enkele mogelijkheid was om hun kindje te erkennen, hebben drie belangenorganisaties (Boven De Wolken, Met Lege Handen en Berrefonds) in december 2023 een oproep gelanceerd om een Sterrenregister te openen. Oostende was de eerste Vlaamse stad om dit in te richten. Als jouw stad of gemeente intussen een sterrenregister heeft, kan je een afspraak maken voor een symbolische registratie van je kindje in het sterrenregister. Meestal krijg je een document mee zodat je voor jezelf een bewijs hebt dat je kindje erkend werd in je stad of gemeente. Deze registratie is symbolisch en geeft je dus geen juridische rechten.

Lees meer over het sterrenregister

Zwangerschapsduur van minimum 180 dagen na conceptie

Na een wettelijke zwangerschapsduur van minimum 180 dagen, moet je je kindje wettelijk aangeven op de burgerlijke stand van de geboorteplaats. Zij maken een akte van ‘levenloos aangegeven kind’ op. Het kindje wordt enkel ingeschreven in de overlijdensregisters, geen officiële registratie in het rijksregister. De eventueel gekozen voorna(a)m(en) kunnen in de akte worden vermeld. Sinds 31 maart 2019 hebben ouders ook de mogelijkheid om een voornaam en familienaam op te laten nemen in de akte. Alle geregistreerde kinderen van voor deze regelgeving kunnen retroactief een familienaam krijgen als de ouders dat wensen. Je krijgt in dat geval geen geboorteakte. De familienaam wordt wel toegevoegd aan de eerder gedane registratie.

Je bent wettelijk verplicht het kindje te begraven of te laten cremeren. In de meeste steden en gemeenten is er een apart plekje waar kindjes begraven worden.

Je hebt recht op een aantal sociale tegemoetkomingen:

  • recht op startbedrag (kraamgeld)
  • recht op moederschapsrust
  • recht op vaderschapsverlof
  • verplichte naamgeving 
  • verplichte crematie/begrafenis via uitvaartbegeleider
  • verplicht vervoer van het lichaampje in een lijkwagen (je mag dit dus niet zelf doen!)
  • verplicht begraven op officiële begraafplaatsen als je kiest voor begraven

Je mag (en moet) veel zelf doen: de aangifte van overlijden, zelf een kistje of lijkwade maken (binnen bepaalde criteria), je mag je kindje thuis opbaren, je kan en mag de uitvaartdienst verzorgen, drukwerk (brieven, kaartjes,…) ontwerpen en versturen, het kistje of de urne dragen,…

Vergeet ook niet dat je kindje in het jaar van zijn of haar geboorte fiscaal ten laste is.

Ook als je een baby verliest, heb je na een zwangerschap van 180 dagen recht op Kraamzorg. Deze kraamzorg omvat bij het verlies van een baby vooral psychosociale, pedagogische en familiale ondersteuning. Kraamverzorgenden bieden een luisterend oor en geven je advies & steun en bieden zorg voor het ganse gezin. Ook andere kinderen binnen het gezin opvangen kan tot hun pakket behoren.

Een kraamverzorgende helpt je graag met de ontvangst van bezoek of neemt een reeks huishoudelijke taken over (koken, afwassen, boodschappen, wassen en strijken, …). Ze kunnen helpen bij het onderhouden van je woning en kunnen een beperkt aantal huishoudelijke taken uitvoeren (maaltijden opwarmen, was en strijk, bedden opmaken en verschonen). Zo krijg je samen met je gezin alle tijd en ondersteuning om de eerste weken de boel, de boel te laten.

Voor kraamzorg betaal je een wettelijk bepaalde bijdrage die afhankelijk is van je inkomen en het aantal personen ten laste. Je dienstverlener berekent deze bijdrage tijdens een huisbezoek. Je kan kraamzorg aanvragen vanaf de zesde maand van je zwangerschap. De meeste bedrijven verlenen kraamzorg tot 3 maanden na de bevalling. In onvoorziene noodsituaties kunnen ze ook kraamzorg opstarten die nog niet was aangevraagd. Vraag zeker goed na wat bij je dienstverlener van toepassing is.

Tip: Verschillende organisaties en diensten (ziekenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, bedrijven, overheden,…) komen tussen in de kosten voor kraamzorg. Laat dus zeker iemand voor je rondbellen om na te gaan waar je recht op hebt.

Meer weten? Op de website van Ferm kan je een mooi artikel vinden die de meerwaarde van kraamhulp bij het verlies van een baby heel goed weergeeft.

Wanneer er een kindje van een meerling is overleden, wordt er gesproken over een ‘Twinless Twin’. Deze term wordt vooral gebruikt om de specifieke rouwervaring te beschrijven wanneer een deel van een meerling wordt gemist.

Als je zwanger of bevallen bent van een meerling waarvan 1 kindje overleden is, kan je een hele rollercoaster aan emoties ervaren. Het kan zijn dat je je intens verdrietig voelt voor het kindje dat je mist, maar dat je je ook erg gelukkig voelt met je andere kindje(s). Het is normaal dat al die emoties door elkaar kunnen lopen.

Wanneer je zwanger bent van een meerling en 1 kindje is stilgeboren, kan het zijn dat de regelgeving verwarrend is. We proberen dit hier te verhelderen. De zwangerschapsduur is voor de wet cruciaal om rechten maar ook plichten te hebben.

Bij een twinless twin zwangerschap, draag je de zwangerschap uit tot het moment dat je levende kindje geboren wordt. Het broertje of zusje dat tijdens de zwangerschap is overleden, wordt op dezelfde dag geboren en op dezelfde dag dood verklaard. Er wordt dan rekening gehouden met de zwangerschapstermijn van het moment van bevalling en niet met de zwangerschapstermijn waarop je kindje is overleden in de buik. Emotioneel voelt dit misschien vreemd, maar juridisch gezien kan je namelijk niet overlijden voordat je bent geboren.

Afhankelijk van de zwangerschapstermijn waarop je bevalt, krijg je ook de rechten en plichten die aan die termijn vasthangen. In het geval van een twinless twin die geboren wordt na een zwangerschapsduur van 180 dagen, ook al is 1 kindje eerder overleden, heb je recht op de sociale tegemoetkomingen zoals bijvoorbeeld moederschapsrust van een meerling,… Meer informatie hierover kan je hier terugvinden.

Wanneer bij een meerlingzwangerschap in het eerste trimester blijkt dat er nog maar 1 hartslag is, wordt het vervolg van de zwangerschap gezien als een eenlingzwangerschap. Er is in deze situatie eigenlijk geen duidelijk wettelijk kader. Je overleden baby is in dit geval geen rechtspersoon en bestaat dus volgens de wet niet.

Als 1 van je kindjes kort na de bevalling overlijdt, vind je op deze pagina meer informatie. Mis je een opgroeiend kindje van een meerling? Dan kan je hier meer informatie terugvinden.