Soms is het heel moeilijk om de juiste woorden te vinden om te praten over het gemis en het verdriet om een kind(je) dat er niet meer is. Zeker de zoektocht naar mooie, troostende tekstjes is vaak moeilijk.
Soms kunnen ook de tekstjes en gedichten van lotgenoten je inspireren.
Daarom geven we hier aan iedereen de kans om zelf een gedichtje in te sturen als troost voor jezelf en voor elkaar.
We kijken alle gedichtjes even handmatig na, dus geef ons daarvoor even tijd.
Ze worden gemist, al het kleins dat, in en uit, onze buiken niet groot kon worden.
Al het leven dat wij in ons vrouwenlichaam veel te kort bij ons hebben mogen dragen.
Alles wat al zo goed in ons leven paste, maar hier nooit, of maar even, mocht zijn.
In alle warmte en zachtheid, getekend door angst en verdriet.
Waar liefde en verbondenheid, vanaf het allereerste bestaan, in onze harten worden gedragen.
Ze worden gemist.
Doordat jij jouw ogen sloot, zijn de mijne geopend
Jij hebt mij laten zien dat het leven niet vanzelfsprekend is
Dat je kunt zijn zonder te leven
Dat je kunt zien zonder te kijken
Jij hebt mij laten zien wat onvoorwaardelijke liefde is
Dat liefde altijd overwint
Doordat jouw lichaam niet meer ademde, kreeg ik lucht
Jij hebt mij laten zien dat het leven zin heeft
Dat je kunt lachen als je huilt
Dat je kunt spelen als je lijdt
Jij hebt mij laten zien dat het altijd weer zomer wordt
Dat de tijd altijd doorgaat
Doordat jij bent weggegaan, zijn wij gebleven
Jij hebt mij laten zien dat alles voorbestemd is
Dat je kunt vliegen zonder vleugels
Dat je kunt ademen zonder lucht
Jij hebt mij laten zien dat jij alles al wist
Dat de zon altijd schijnt
Je bent overal waar ik ga.
Ik voel je zo dichtbij en tegelijk zo veraf.
Denken aan jou lach doet mijn ogen overstromen van tranen.
Jouw intense liefde vulde ooit mijn hele hart, nu voelt het als een pijnlijk groot zwart gat.
Je was, je bent en zal altijd mijn alles zijn. Eens het zonnetje in huis, nu mijn mooie volle maan.
Ik hoop dat je ooit licht zal brengen in deze duisternis.
Aanwezig
Zo aanwezig in mijn hart en leven
immens afwezig
tezelfdertijd
Hoe bruusk jouw leven eindigt
de wereld kantelt
een voor en na
Verbonden
boven tijd en ruimte
en diep verdrietig –
had ik je maar wat langer gekend
Zoeken
hoe de kwetsbaarheid van het
bestaan omarmen
Kan ik ik het leven vieren
– kostbaar, om jou te eren?
Kiezen
voor het leven en liefde
boven donker en angst
dat is jouw geschenk aan mij
In de luwte van de tranenstorm
Terwijl verdriet diep vanbinnen onzichtbaar verder raast
Wanneer het leven hervat, de klok steeds
verder tikt
En de tijd toch stil blijft staan
Zodra men zegt: het ergste is voorbij
Maar je jouw verhaal nog duizend keer
vertellen wou
Dan zeg ik
Ik ben hier voor jou
Hoe leef ik verder?
zonder moeder,
zonder parel van een dochter?
Mijn wortels reiken, zoeken
blind naar mijn moeder
Mijn ogen turen naar de hemel,
rusteloos …
Op zoek naar die ene
schitterende ster …
Hoe zou het zijn?
Hoe zou ze zijn geworden?
Hoe zou onze moeder-dochterband zich verder ontvouwen?
Tussen wortels en sterren sta ik stil,
Verweesd.
Als een boom die een
belangrijke tak mist…
Hoe kan ik nog groeien?
Hoe kan ik nog hoopvol naar de zon reiken?
Hoe kan ik nog vrucht dragen
en zachte lommerte bieden
aan wie ik liefheb?
En toch, heel stil, groeide er
nieuw leven in de schaduw
van gemis
De afgelopen 10 jaar leerden
mijn bladeren hoe ze weer
licht konden vangen.
Vier kleine kerels werden groot
Hun ogen vol leven
Hun hart kloppend
op het ritme van de toekomst
Een lieve man aan mijn zijde,
en samen
groeien we verder
Soms fluistert de aarde …
Dagelijks antwoordt de nacht.
En even, heel even
lijkt alles één adem.
Dankbaar voor wat was.
Dankbaar voor wat is.
Dankbaar voor wat nog komen zal.
een rups
een cocon
een vlinder
anders
een droom
haar schoot
onze armen
anders dan
wij, bomen in een bos
bliksemschicht, gespleten hout
wij, dezelfde bomen
anders
een fladderende vlinder
ontkiemde kleurenpracht
een herinnering
slechts een herinnering
liefde
blijvende liefde
anders dan voorheen
Mijmerend lig ik in het lange gras.
Ik denk aan wie ik was,
Voordat ik jou verloor,
En mijn wereld helemaal bevroor.
In de verte hoor ik bijengezoem.
Langs mij zie ik een paardenbloem.
Een metamorfose is dichtbij.
Ook al vullen angsten mij.
Zullen ze ooit uit m’n gedachten verdwijnen?
Zal de zon ooit het juiste pad beschijnen?
Zal ik ooit een doorbraak kennen?
Of blijf ik van de waarheid rennen?
Dit is het lot wat mij is toebedeeld.
Dan vraag ik aan mijn spiegelbeeld,
Wanneer voel ik me weer mens?
Op papier schrijf ik mijn wens.
Een briefje met een keurig vouwtje
Door mijn vingers glijdt een touwtje.
Een ballon eraan geknoopt.
En een boodschap die op antwoord hoopt. Helemaal tot aan de maan.
Voor altijd van ons heengegaan.
Paolo,Ti parlo spesso, lo sai. con il cuore. ti cerco nel vento,e mi sembra che il vento risponda con la tua voce.Hai lasciato un vuoto, sì…ma anche una forza che non sapevo di avere.Cammino con la tua mano invisibile nella mia.Mi spinge avanti quando tremo,mi consola quando il cuore vacilla.E ogni volta che sorrido,sento che anche tu sorridi con me, da lassù.Non ti vedo, ma ti riconosco in tutto.In un raggio di sole, in un profumo, in un ricordo che scalda il cuore.Tu sei il mio angelo,perché continui a tenermi la mano anche da un cielo che non è poi così distante.TI AMERÒ PER SEMPRE,PICCOLO CAMPIONE DI ZIA.
Vandaag is weer een dag verder van, de moment dat ik je in mijn armen mocht houden.
Een dag verder van kijken naar hoe mooi je bent,
en weer beseffen dat dit straks het laatste is van een herinnering die ik neerpen.
Voelen dat mama zijn ook heel pijnlijk is, want voor je het weet is niets nog hoe je dacht dat het zou zijn.
Enkel nog leegte en pijn.
Ik vlieg naar je toe iedere avond in mijn gedachten en geef je een dikke knuffel en een zoen, want verder is er niets meer dat ik voor mezelf kan doen.
Dan je meedragen iedere dag, tot we elkaar weer tegen komen na die verschrikkelijk moeilijke dag.
Ooit waren we dikke vrienden,
enfin, dat dacht ik toch.
We waren close,
enfin, dat dacht ik toch.
En plots…
plots keerde het tij:
je wilde me niet meer kennen,
je wilde me niet meer met me praten,
je wilde me niet meer zien…
Vanwaar die ommekeer?
Het doet me pijn,
enorm veel pijn.
En toch ga ik verder,
niet voor mezelf maar voor jouw kinderen.
Mijn diepste verlangen
Hoe je
In alle stilte
Zoveel kon doen bewegen
Me hebt meegenomen
Naar een plek
Waar ik niet wou zijn
Maar wel moest
Om jou te zien schijnen
Me leerde opnieuw ademen
Hoewel ik niets liever wou
Dan jouw adem zijn.
Tijd
Er is een tijd van troost
van verbondenheid
van samenzijn
van zachte nabijheid
Met Noah
Ik speel
met
gedachten
en
gevoelens
in de
wind
Ze tollen
rond
om
in
los door
mij
ik ben
zij zijn
gaan
liggen
Een groot woord
Een ruim begrip
Metamorfose
De ruimte
Slorpt je op
Maar de omgeving
vormt je
Geef jezelf
En dan
Vind jezelf
Voorzichtig licht
De winter weet nog niet
dat hij aan het verdwijnen is.
Hij houdt zich schuil in koude ochtenden,
in aarde die haar adem inhoudt.
En toch—
daar is een narcis.
Niet uitbundig.
Gewoon aanwezig.
Geel, alsof iemand
een klein lichtje vergat uit te doen.
Ik blijf staan.
Want wie goed kijkt, ziet
hoe hoop niet stormt
maar sluipt.
Hoe ze zich laat zien
in tere tekens
die geen belofte schreeuwen
maar fluisteren: ik ben er.
De dagen leren opnieuw
hoe ze langer kunnen zijn.
Het licht raakt mijn handen
zoals herinneringen dat doen—
zacht,
en plotseling overal.
Alles wat bloeit
draagt iets van jou.
In geel.
In warmte.
In dat wonderlijke moment
waarop de wereld even zegt
dat verlies en liefde
naast elkaar kunnen bestaan.
De lente ontluikt
zoals jij dat deed:
stil,
vol betekenis,
en voor altijd
deel van het licht.
Waar je ook bent.
Je bent bij mij.
Vlieg nu maar hoog
Hoog heel hoog
Vlieg hoog vlieg
Vlieg mijn kind vlieg hoog
Gewoon vlieg.
BELIEVE IN ANGELS
Weerloos.
Zo klein en kwetsbaar,
te broos voor deze wereld.
Met zachte knuffel
liefdevol ingeduffeld
voor je reis naar de sterren,
heb ik je even op handen mogen dragen,
je teder aan mijn hart gedrukt,
dat troostte me.
Ik heb je meegenomen
naar de hoogste top
van mijn emoties
en stilletjes schreeuwde ik het uit:
Oh ja, ik wou liever met je spelen
en af en toe een ruzietje maken,
samen lachen om een niemendalletje,
of een traantje laten voor een klein verdriet,
maar ik moet je nu laten gaan,
niet helemaal, maar toch een beetje,
want volledig loslaten kan ik niet,
al heb ik je niet echt gekend,
we hebben elkaar ontmoet
en dat maakt me toch een beetje blij.
Hoe je sprong
op je fiets van Peugeot,
voor de laatste keer,
wetende: hierna
is ”ons” niet meer.
“Misschien is het beter zo,
ook al doet het duizendmaal zeer.”
De gedachte aan jou
keert steeds maar weer,
al was het niets,
en niet meer.
En ergens,
ook al mag het niet,
hoop ik dat je me weer ziet,
en ons niet vergeet in het nergens
Dat diezelfde vonk,
die toen zo mooi blonk,
er weer was
toen we samen lagen in het gras.
Bevend in de regen,
en toch nog even bleven.
We hadden elkaar.
En nog zoveel te geven
En toch ben ik dankbaar.
Dankbaar dat ik
de mooiste momenten van mijn leven
met jou mocht beleven.
En ik ademde nog één laatste keer.
Geen pijn, geen verdriet, alleen leegte,
en in die leegte voelde ik alles.
De wind die zacht langs me blies,
Het fluisteren van de bomen,
het licht dat schimmerde van de avondzon, verbleekt en breekbaar.
De aarde rook naar regen en gras,
zo levend, terwijl ik stil verdween.
Ik sloot mijn ogen, voelde de stilte,
en toen liet ik los.