Ga naar de inhoud

Verdriet en de leeftijd van je kind

Ontwikkelingsfasen

De ontwikkelingsfasen hieronder kunnen helpen om te begrijpen hoe kinderen bepaalde concepten, zoals dood en afscheid, beleven en begrijpen op verschillende leeftijden. Het zijn geen strikte richtlijnen, maar eerder een houvast. De leeftijden zijn dan ook ruim te bekijken en verschillen van kind tot kind.

0-2 JAAR

Over heel kleine kindjes wordt vaak gezegd dat ze zich nog niet bewust zijn van verdriet of rouw in hun omgeving. Wij durven dat tegen te spreken. Baby’s hebben sowieso al een notie van het verschil tussen dag en nacht en hechten zich aan hun vaste verzorgers.
Ze merken het wanneer die verzorgers plots wegvallen of zich anders gedragen door spanning en verdriet. Als je het zelf moeilijk hebt op het moment dat je voor een baby moet zorgen, laat je dan zeker helpen. Probeer te streven naar een beperkt aantal vaste verzorgers zodat je baby daar rust en vertrouwen uit kan putten. Beluister hieronder zeker eens de podcast aflevering over rouw bij de allerkleinsten. Daarin legt kinderpsychologe Jasmine Luyckx uit hoe kleintjes echt wel voelen.

2-5 JAAR

Deze kinderen leven vaak in een fantasiewereld. Hun wereld zit vol monsters, prinsessen en draken. In deze fase is het belangrijk om eerlijk en duidelijk te zijn. Let op met formuleringen als ‘broertje slaapt’ of ‘zusje is op een lange reis’. Want dit kan in een kinderhoofdje al snel tot grote angsten leiden: ‘Zal ik nog wel wakker worden als ik vanavond ga slapen?’ ‘Mama gaat op reis voor haar werk, komt die dan ook niet meer terug?’
Vertel dus eerlijk wat er aan de hand is, uiteraard op het niveau van jouw kind, maar er doekjes om winden en de waarheid heel erg verzachten heeft vaak een tegenovergesteld effect. Er niets over vertellen kan je kind triggeren om in zijn eigen fantasiewereld op zoek te gaan naar antwoorden.

6- 8 JAAR

Kinderen die in de eerste jaren van de lagere school zitten, leren plots heel veel over de wereld om zich heen. Al lezend kijken ze met andere ogen naar hun omgeving. Typisch voor deze leeftijd is een sterke focus op details. Ze zullen je een massa vragen stellen: ‘Ligt er een dekentje in die kist?’ ‘Waarom hebben de dokters niet kunnen helpen?’ ‘Waarom ligt mijn vriendje in die ijskast?’ Hoe moeilijk het ook is, probeer eerlijke antwoorden te geven, dat is belangrijk voor het vertrouwen van je kind. Het is beter dat je kind vragen stelt dan dat het ergens mee blijft zitten en het in zijn hoofd veel grootser of erger maakt en misschien zelfs betrekt op zichzelf. Op deze leeftijd kan je gerust samen op zoek gaan naar symbolische manieren om een gemist broertje of zusje een duidelijke plek te geven binnen je gezin, maar wees niet verbaasd als dit soms onbedoeld heel letterlijk wordt geïnterpreteerd.

8 – 12 JAAR

Deze kinderen willen afwijken van jongere kinderen en reageren vaak nonchalant, doen lacherig over hun emoties en willen vooral niet ‘kinderachtig’ zijn. Ze laten vaak minder blijken dat het verlies hen erg raakt en zijn bezorgd om hun stoere imago. In deze levensfase is er een sterke focus op technische details. En de eindigheid van het leven dringt tot hen door. Ze maken zich zorgen en zijn bang om nog andere mensen te verliezen. Ze kunnen heel verdrietig worden als ze beseffen dat oma en opa al ‘heel oud’ zijn. Ook op deze leeftijd zijn voldoende informatie en eerlijke antwoorden cruciaal. En wees je er echt van bewust dat deze kinderen vaak ‘luistervinken’ en opmerkingen of informatie die niet voor hun oren bestemd zijn, oppikken. En soms missen ze in zo’n geval de juiste context en maken ze een heel eigen verhaal.

12 – 16 jAAR


Pubers hebben maar één grote zorg: erbij horen en vooral niet ‘abnormaal’ zijn. Ze voelen vaak meteen aan dat het verliezen van een broertje of zusje niet ‘normaal’ is en dat ze dus een risico lopen om uit de groep te vallen. Vaak zullen ze dit dan ook bij hun vrienden of op school negeren. Dat is misschien hard en zwaar om te zien, maar geef hen die ruimte. Zorg wel dat ze zeker een vertrouwenspersoon hebben. En dat hoeft niet altijd een van hun eigen ouders te zijn. Want op deze leeftijd zijn ze zich heel bewust van het feit dat ze met hun vragen hun ouders mogelijk verdrietiger maken en dat willen ze net niet. Ook op deze leeftijd is het cruciaal dat ze de waarheid horen en dat je geen informatie voor hen achterhoudt. Zeker niet als ze die mogelijk toch van iemand anders horen. Zoiets is nefast voor het vertrouwen.