weerloos
Weerloos.
Zo klein en kwetsbaar,
te broos voor deze wereld.
Met zachte knuffel
liefdevol ingeduffeld
voor je reis naar de sterren,
heb ik je even op handen mogen dragen,
je teder aan mijn hart gedrukt,
dat troostte me.
Ik heb je meegenomen
naar de hoogste top
van mijn emoties
en stilletjes schreeuwde ik het uit:
Oh ja, ik wou liever met je spelen
en af en toe een ruzietje maken,
samen lachen om een niemendalletje,
of een traantje laten voor een klein verdriet,
maar ik moet je nu laten gaan,
niet helemaal, maar toch een beetje,
want volledig loslaten kan ik niet,
al heb ik je niet echt gekend,
we hebben elkaar ontmoet
en dat maakt me toch een beetje blij.
